Loopscholing

Loopstijl en Looptechniek

Bij hardlopen wordt vaak gedacht dat alleen de benen van belang zijn, daar loop je tenslotte mee, toch? Lopen is echter een activiteit waarbij het gehele lichaam betrokken is, dus ook romp en armen. Er moet een optimale samenwerking zijn tussen armen, romp en de benen en dit moet in de trainingen voor het lopen duidelijk benadrukt worden.


Ook denkt men dat hardlopen alleen een conditioneel gebeuren is. Hardlopen is echter een technisch onderdeel, zowel recreatief als in wedstrijdvorm. Het is belangrijk dat de beschikbare energie zo efficient mogelijk wordt gebruikt om een zo optimaal mogelijk resultaat te krijgen. Inefficiënt lopen leidt tot minder resultaat en geeft meer kans op blessures. Je raakt eerder vermoeid, de bewegingen worden onzorgvuldiger, 'de sturing' van de bweging minder nauwkeurig, vermindering van het zelfvertrouwen in eigen kunnen enz.

Het is dus van belang het hardlopen te ontdoen van alle overbodige bewegingen en van alles wat een juiste uitvoering afremt.

.Loopstijl.

Als we iemand zien lopen kunnen we snel aangeven wie daar loopt. Je herkent deze persoon aan zijn manier van lopen (bij andere sporten geldt dit ook). Deze eigen stijl wordt bepaald door: de lichaamsbouw (lengte van de armen, lengte van de benen, bouw van de romp) het karakter van het individu (agressies, rustig, soepel enz.)

Hieraan is weinig te veranderen. Toch horen we regelmatig zeggen dat iemand beter loopt of soepeler is gaan lopen. Dit is dan geen verandering in de stijl maar in de looptechnie
k.

.Looptechniek.

Onder looptechniek wordt verstaan de technische uitvoering van de beweging. Met een goede en gerichte training kan de techniek worden verbeterd. Voor een goede looptechniek zijn een aantal voorwaarden nodig welke we meenemen in iedere training:


☑ voldoende beweeglijkheid

☑ voldoende kracht

☑ voldoende uithoudingsvermogen

☑ voldoende coördinerend vermogen

☑ Bewegelijkheid

Een van de belangrijkste voorwaarden om tot optimale loopbeweging te komen is dat de gewrichten voldoende beweeglijk zijn en dat de spieren voldoende op lengte zijn. Er moet zeker voldoende bewegelijkheid zijn in:


☑ de wervelkolom

☑ de schouders

☑ het bekken

☑ de heupgewrichten

☑ de knieën

☑ de enkels

☑ de voeten


.Door een verminderde bewegelijkheid wordt:.

  1. de uitvoering van een juiste beweging belemmerd
  2. de kans op blessures vergroot
  3. ontwikkeling van de conditionele eigenschappen geremd
  4. de ademhaling belemmerd
  5. de bloedsomloop en de energieverzorging belemmerd

Verworven bewegelijkheid moet worden onderhouden, anders vallen we snel terug tot het oude niveau. Tevens moet de bewegelijkheid worden onderhouden omdat er oorzaken zijn die de bewegelijkheid beïnvloeden, namelijk:

  1. leeftijd
  2. mate van getraindheid
  3. temperatuur
  4. mentale gesteldheid
  5. tijd van de dag
  6. vermoeidheid
  7. elasticiteit van het spierweefsel

.Voldoende kracht moet er zijn in:

☑ Bilspieren, ter controle van de stand van het bekken.

☑ Beenspieren, om op de juiste manier de loopbeweging te kunnen uitvoeren.


☑ Armspieren, om de loopbeweging efficient te kunnen ondersteunen zodat er zo weinig mogelijk energie verloren gaat.


☑ Rompspieren, waarbij de buikspieren essentieel zijn dus zeer belangrijk

Als derde voorwaarde om technisch correct te kunnen lopen moet iemand voldoende coördinatievermogen hebben, waarbij het om een specifieke samenwerking gaat waarbij je benen en armen allebei de goede kant op zwaaien. Met name de samenwerking tussen linker- en rechter lichaamshelft en tussen boven- en onderlichaam is hierin van belang. Heeft iemand hier problemen mee, dan zal door gerichte oefeningen getracht moeten worden hier enige verandering in aan te brengen. 


Men ziet veelal dat stijfheid vertaald wordt tot een slechte beweeglijkheid. Toch is de stijfheid van bewegen veelal meer een

ondervermogen om spieren op de juiste manier te laten samenwerken.

Het voorkomen van blessures

Overbelastingsblessures zijn het grootste gevaar voor lopers. Achillespeesklachten, onderbeen- en knieklachten zijn daar voorbeelden van. De kans op dergelijke blessures wordt verkleind door aandacht te besteden aan de uitvoering van een juiste looptechniek.  


De belasting op spieren, pezen en gewrichten is bij het lopen erg hoog. Iedere landing veroorzaakt een grote belasting voor enkels, knieën, heupen en rug. Bij het lopen van een 10 km wordt ongeveer 2000-2500 keer op ieder been geland. Zelfs bij een rustig looptempo krijgt het lichaam bij iedere stap krachten te verwerken ter grootte van twee tot vier keer het lichaamsgewicht. Wanneer spieren op tijd aanspannen en in een juist patroon werken kunnen deze de krachten, die bij de landing optreden, op een adequate wijze sturen. Met andere woorden: een juiste looptechniek werkt blessurepreventief.

De beste blessurepreventie

is een goede looptechniek!

Schema van week 5

www.vitalics.nl | 085 – 130 29 30 | info@vitalics.nl